Afgewezen geneesmiddelenregistraties en publicatie in tijdschriften met een peer-reviewsysteem

PublicatieNr. 3 - 28 maart 2017
Jaargang51
RubriekOpnieuw bezien
Pagina's34

Achtergrond. Aangenomen wordt dat een aanzienlijk deel van de geneesmiddelen dat wordt onderzocht in fase III-onderzoeken, geen handelsvergunning krijgt. Aangezien het niet bekend is hoeveel geneesmiddelen dit betreft en ook niet welke overwegingen en beslissingen van de registratieautoriteiten hieraan ten grondslag liggen, gingen Amerikaanse onderzoekers na welke factoren hierop van invloed zijn.1
Methode. De onderzoekers gebruikten voor het publiek toegankelijke bronnen en commerciële gegevensbestanden om geneesmiddelen die in de periode 1998 tot 2008 in klinisch onderzoek waren, op te sporen.1 Ze volgden deze middelen tot 2015. De geneesmiddelen werden gerubriceerd op basis van het therapeutische gebied en voorts werd bepaald of het een status als weesgeneesmiddel (middel bestemd voor zeldzame ziekte) had, aangewezen was als ’fast track’-middel (versnelde registratieprocedure voor ernstige aandoeningen), of het een nieuw werkingsmechanisme betrof, of het een biologisch of een niet-biologisch geneesmiddel betrof en wat de bedrijfsomvang van de fabrikant was. Van elk middel werd bepaald waarom de registratie niet was geslaagd en tevens werd het aantal gepubliceerde onderzoeksgegevens bepaald.
Resultaat. De onderzoekers vonden in totaal 640 nieuwe geneesmiddelen. De grootste groepen geneesmiddelen waren oncolytica (23%), gevolgd door cardiovasculaire middelen (15,9%), middelen voor de behandeling van infectieziekten (15,6%) en middelen voor neurologische aandoeningen (13,6%). Van de 640 nieuwe geneesmiddelen strandden er 344 (54%) in hun verdere klinische ontwikkeling. 230 (36%) middelen werden geregistreerd door de Amerikaanse registratieautoriteit Food and Drug Administration (FDA) en 66 (10%) werden geregistreerd in andere landen. De meeste middelen die strandden, werden afgewezen op grond van onvoldoende werkzaamheid (195, 57%), twijfel over de veiligheid (59, 17%) of vanwege commerciële redenen (74, 22%). De onderzoeksgegevens van 138 (40%) van de 344 afgewezen middelen  werden gepubliceerd in tijdschriften met een peer-reviewsysteem. Zes (8,1%) van de 74 vanwege commerciële redenen gestrande geneesmiddelen werden gepubliceerd in dergelijke tijdschriften. Weesgeneesmiddelen bleken significant vaker te worden geregistreerd dan niet-weesgeneesmiddelen (odds ratio OR 2,3 [95%BI=1,4-3,7]). Oncolytica (OR 0,5 [0,3-0,9]) en geneesmiddelen afkomstig van kleine of middelgrote bedrijven (OR 0,4 [0,3-0,7]) hadden minder kans om te worden geregistreerd.
Conclusie onderzoekers. De verdere ontwikkeling van ongeveer de helft van geneesmiddelen dat in fase III-onderzoek wordt onderzocht, strandt met name vanwege twijfels over de werkzaamheid, veiligheid of beide. Onderzoeksgegevens van de meerderheid van de onderzochte geneesmiddelen die zijn gestrand worden niet gepubliceerd in tijdschriften met een peer-reviewsysteem.

Plaatsbepaling

Dit onderzoek laat zien dat bij de huidige registratieprocedure aan ongeveer de helft van de geneesmiddelen die in fase III zijn onderzocht, geen handelsvergunning wordt verleend door de registratieautoriteiten, grotendeels vanwege twijfels over de werkzaamheid en/of veiligheid. Deze gegevens zijn van groot belang in de discussie over het plan van de European Medicines Agency (EMA) nieuwe geneesmiddelen versneld toe te laten tot de markt, zoals met de ’adaptive licensing’-procedure (Gebu 2015; 49: 136). Met deze procedure hoeft een fabrikant minder onderzoeksgegevens over werkzaamheid en bijwerkingen te overleggen dan thans het geval is. Deze situatie is onwenselijk vanuit het oogpunt van patiëntveiligheid.

Literatuurreferenties

  1. Hwang TJ, et al. Failure of investigational drugs in late-stage clinical development and publication of trial results. JAMA Intern Med 2016; 176: 1826-1833.