Antihypertensiva als risicofactor voor diabetes mellitus type 2

PublicatieNr. 10 - 1 oktober 2000
Jaargang34
RubriekNieuwe onderzoeken
Pagina's123-124

Achtergrond. Van een aantal antihypertensieve geneesmiddelen, bijvoorbeeld thiazidediuretica en β-blokkers, is bekend dat zij een effect op de glucosehuishouding hebben. Resultaten van eerdere onderzoeken suggereerden dat diabetes mellitus type 2 vaker manifest wordt bij patiënten die thiazidediuretica gebruiken. De resultaten waren door beperkingen in opzet en uitvoering echter niet eenduidig. Recent zijn de uitkomsten van een groot prospectief onderzoek gepubliceerd.1 2
Methode
. Ruim 12.000 personen zonder diabetes mellitus, in de leeftijd van 45 tot 64 jaar, werden gerekruteerd in vier regio's in de VS voor een prospectief cohortonderzoek, het 'Atherosclerosis Risk in Communities' (ARIC)-onderzoek. Bij inclusie werd een uitvoerig lichamelijk onderzoek verricht, de bloeddruk in zittende positie gemeten en de voorgeschreven medicatie geregistreerd. Na drie en na zes jaar werden alle patiënten nogmaals onderzocht. Hypertensie werd gedefinieerd als een systolische bloeddruk >140 mm Hg, een diastolische bloeddruk >90 mm Hg, of gebruik van antihypertensieve medicatie. Diabetes mellitus werd gedefinieerd als een nuchter bloedglucose >7,0 mmol/l, een niet-nuchter bloedglucose >11,1 mmol/l, of gebruik van orale antidiabetica of insuline.
Resultaat. Gedurende de zes jaar van het onderzoek werden 1.146 nieuwe gevallen van diabetes mellitus ontdekt. De incidentie van diabetes mellitus bij personen met resp. zonder hypertensie bedroeg 29,1 resp. 12,0 per 1.000 patiëntjaren (RR 2,43 [95%BI=2,16-2,73]). De onderzoekers corrigeerden voor leeftijd, geslacht, ras, opleiding, 'body mass index' (BMI), familieanamnese voor diabetes mellitus, omvang van de dagelijkse fysieke activiteiten en het extra risico van hypertensie. Het bleek dat patiënten met hypertensie die thiazidediuretica gebruikten geen groter risico hadden van het ontwikkelen van diabetes mellitus type 2 dan patiënten met hypertensie die geen antihypertensieve medicatie gebruikten (RR 0,91 [95%BI=0,73-1,13]). Dit gold ook voor patiënten met hypertensie die calciumantagonisten of ACE-remmers gebruikten. Daarentegen hadden patiënten met hypertensie die β-blokkers gebruikten wel een verhoogd risico van het ontwikkelen van diabetes mellitus type 2 (RR 1,28 [95%BI=1,04-1,57]).
Conclusie onderzoekers. Het resultaat van dit onderzoek hoeft artsen er dus niet van te weerhouden om thiazidediuretica voor te schrijven aan patiënten met een verhoogde bloeddruk. Het gebruik van β-blokkers bij patiënten met hypertensie verhoogt het risico van het manifest worden van diabetes mellitus type 2 met 28%. Deze bijwerking zal voortaan moeten worden afgewogen tegen de aangetoonde voordelen van β-blokkers, wat het verlagen van de cardiovasculaire mortaliteit en morbiditeit betreft.

Plaatsbepaling

De plaats van thiazidediuretica en β-blokkers als eerstekeuzemiddelen bij de behandeling van hypertensie is ook na dit onderzoek nog onomstreden. Artsen zullen bij patiënten met hypertensie wel extra alert moeten zijn vanwege het verhoogde risico van het manifest worden van diabetes mellitus type 2.


Literatuurreferenties

1. Gress TW, et al. Hypertension and antihypertensive therapy as risk factor for type 2 diabetes mellitus. N Engl J Med 2000; 342: 905-912.
2. Sowers JR, et al. Antihypertensive therapy and the risk of type 2 diabetes mellitus [commentaar]. N Engl J Med 2000; 342: 969-970.