Bupivacaïne soms nuttige aanvulling op morfine

PublicatieNr. 9 - 1 september 1997
Jaargang31
RubriekProefschrift
Pagina's109

Dit proefschrift houdt zich bezig met verschillende aspecten van de intrathecale toediening van opioïden als pijnbehandeling bij kankerpatiënten. Kan bijvoorbeeld het lokaal anaestheticum bupivacaïne een zinvolle aanvulling vormen op een behandeling met morfine? Tot nu toe kwamen positieve aanwijzingen hiervoor uit proefdieronderzoek, casusbeschrijvingen en open onderzoek, maar vergelijkend onderzoek ontbrak.
Om de vraag te kunnen beantwoorden, werd een groep van 43 patiënten met kanker geselecteerd bij wie het orale of parenterale gebruik van opioïden onvoldoende effect had of onacceptabele bijwerkingen veroorzaakte. Bij hen werd gekozen voor een intrathecale toediening via een percutane catheter met een draagbare infusiepomp. De patiënten werden in vier groepen ingedeeld, overeenkomstig het pijnkenmerk dat het meest op de voorgrond stond: continu somatisch of visceraal, intermitterend of neurogeen. In elk van deze groepen vond vervolgens een dubbelblinde randomisatie plaats in een morfine- en een morfine/bupivacaïnegroep, hetgeen leidde tot acht subgroepen. De patiënten werden prospectief gevolgd tot aan hun overlijden of tot aan het einde van de intrathecale behandelingsperiode. Daarbij werden de kwaliteit van de pijnstilling, de bijwerkingen en het optreden van complicaties gemeten.
Na het beëindigen van de dubbelblinde periode, bleek het aantal patiënten zonder voldoende pijnstilling met morfine (57%) significant groter te zijn dan met morfine/bupivacaïne (12%). In de groep die onvoldoende reageerde op alleen morfine, bleek de pijn vaker van neurogene oorsprong te zijn of een intermitterend karakter te hebben. Als deze 'morfine-ongevoelige' patiënten vervolgens bupivacaïne er bij kregen, dan bleef uiteindelijk bij slechts 18% van hen de pijnstilling onvoldoende.
De door bupivacaïne veroorzaakte bijwerkingen waren van korte duur en niet ernstig van aard. De catheter zelf veroorzaakte voornamelijk hoofdpijn door de spinale punctie (37%). Bij een aantal patiënten ontstond een persisterende lekkage van liquor, die bij 8% van hen een epidurale injectie van autoloog bloed noodzakelijk maakte. Bij één patiënt trad meningitis op, die na toediening van antibiotica zonder restverschijnselen genas.

Geconcludeerd kan worden dat een aanzienlijk gedeelte van de patiënten die niet meer reageren op de orale of parenterale toediening van morfine of die daarvan teveel bijwerkingen ondervinden, geholpen is met de intrathecale toediening van morfine met bupivacaïne.


Literatuurreferenties

Dongen RTM van. Clinical effects of long-term intrathecal morphine versus morphine/bupivacaine administration in cancer patients [proefschrift]. Nijmegen: Katholieke Universiteit, 1997.

Lees de uitgave waar dit artikel in staat als PDF