Keto-acidose bij SGLT-2-remmers

PublicatieNr. 7 - 29 juli 2017
Jaargang51
RubriekLet op!
Pagina's65-66

De ’sodium glucose co-transporter’-2- ofwel natriumglucose-cotransporter (SGLT)-2-remmers vormen een nieuwe groep orale bloedglucoseverlagende middelen voor de behandeling van diabetes mellitus type 2, waartoe dapagliflozine (Forxiga®), empagliflozine (Jardiance®) en canagliflozine (Invokana®) behoren. Ze remmen reversibel en selectief de natriumglucose-cotransporter 2 in de nier.2 Dit eiwit reabsorbeert glucose uit de urine naar het bloed. Door de activiteit van dit eiwit te blokkeren, wordt meer glucose via de urine uitgescheiden met als gevolg lagere serumglucoseconcentraties.

Naast de relatief lichte bijwerkingen, zoals een urineweg- of genitale infectie, is er kans op een ernstige keto-acidose, die moeilijk als zodanig wordt herkend door de relatief lage serumglucoseconcentraties als gevolg van het gebruik van SGLT-2-remmers. De European Medicines Agency (EMA) heeft in het gegevensbestand van de EudraVigilance in december 2016 inmiddels ruim 2.000 meldingen van acidose gekregen bij het gebruik van SGLT-2-remmers en daarvan verliepen 19 met dodelijke afloop.1

De oorzaak van de keto-acidose is niet bekend. Het stellen van de juiste diagnose wordt bemoeilijkt vanwege de vrijwel normale bloedsuikerconcentratie en in dit verband wordt gesproken van een atypische keto-acidose. Het is daarom van belang aan deze complicatie te denken. In het geval van symptomen, zoals misselijkheid, braken, buikpijn, ademnood, verwardheid, toename dorstgevoel of ongewone vermoeidheid, dient laboratoriumonderzoek op onder meer ketonen plaats te vinden. Patiënten die deze middelen gebruiken dienen expliciet te worden gewezen op de risico’s en de symptomen van een keto-acidose.

Risicofactoren voor een keto-acidose bij het gebruik van een SGLT-2-remmer zijn onder meer sterke dehydratie, verminderde inname van voedingsmiddelen, een acute aandoening, sterke vermindering van de insulinedosering, alcoholmisbruik of een operatieve ingreep.

Literatuurreferentie

  1.  http://www.adrreports.eu/en/index.html.