Leve het geneesmiddel! Over de verdiensten van de farmaceutische industrie

PublicatieNr. 11 - 24 november 2016
Jaargang50
RubriekBoekenplank
AuteurL. Hordijk
Pagina's132-133

Op de dag waarop de branchevoorzitter van Nefarma minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een document overhandigde waarin op de maatschappelijke verdiensten van geneesmiddelenfabrikanten werd gewezen, kwam ook het boek ’Leve het geneesmiddel! Over de verdiensten van de farmaceutische industrie’ uit.1 Deze twee mediamomenten zouden kunnen wijzen op een charmeoffensief van de industrie. Maar als dat al zo is, is dat volgens de schrijver Henk Jan Out geen probleem: relaties met de industrie vormen geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van een arts. Integendeel, ze zijn eerder een erkenning van de kwaliteiten van een medicus.
Zelf bekleedde hij hoge functies in het farmaceutische bedrijfsleven. Hij vond het tijd voor een betoog waarin we zicht krijgen op wat we allemaal hebben te danken aan geneesmiddelenfabrikanten en belooft te beschrijven hoe deze industrie de wereld beter maakt, zo valt in het voorwoord te lezen. Hij schrijft vervolgens over de klinische onderzoeken die de bedrijven opzetten, de publicaties over en de marketing van nieuwe geneesmiddelen. Ook komen de kosten en de belangen die gepaard gaan met het ontwikkelen van geneesmiddelen aan de orde evenals de rechtszaken tegen en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de bedrijven.
Stuk voor stuk omstreden thema’s, waarvan de volgorde in het boek al aangeeft waar het de auteur uiteindelijk om te doen is. En dat is critici wegzetten als ongeïnformeerd, onvolledig maar ook manipulatief en zelfs leugenachtig. De daadwerkelijke verdiensten van de industrie komen maar mondjesmaat ter sprake,  zoals bijvoorbeeld het op de markt brengen van vaccins en middelen tegen hepatitis C of humaan immunodeficiëntievirus (hiv).
Hij vindt de oproep aan bedrijven om transparanter te zijn over hun klinische onderzoeken ’doorgeslagen’, want ze zouden al maximaal transparant zijn. Niet veel later geeft hij ook aan dat er goede redenen zijn dat bedrijven niet alle klinische informatie zomaar overhandigen aan derden. Want, we moeten ’oppassen voor zichzelf onafhankelijk noemende onderzoekers die analysen gaan herhalen of de gegevens gaan uitmelken.’
Eén van de duidelijke voorbeelden van hoe weinig transparant de industrie is, wordt door de auteur omschreven als een eenmalig incident. In 2013 daagde fabrikant AbbVie de Europese registratieautoriteit voor de rechter, om te verhinderen dat de meest gedetailleerde onderzoeksrapporten van ’blockbuster’ adalimumab (Humira®) beschikbaar zouden komen. Deze zaak werd buiten de rechtszaal opgelost en heeft verhinderd dat onderzoeken van geneesmiddelen volledig reproduceerbaar zouden worden in de toekomst.2-4 Maar daarover treft de lezer geen uitleg aan.
Aan het einde van het boek volgt een hoofdstuk over de rechtszaken tegen farmaceutische bedrijven. Speciale aandacht is er voor de procedures die de auteur als medisch directeur van Organon van dichtbij meemaakte, om te laten zien dat het vooral de bedrijven zijn die slachtoffer zijn van de huidige claimcultuur. Organon was namelijk één van de drie bedrijven binnen de anticonceptie-industrie die in meerdere procedures verzeild raakte, omdat het bedrijf een progestageen van de derde generatie in zijn anticonceptiemiddelen verwerkte dat nu wordt geassocieerd met een verhoogde kans op veneuze trombo-embolie. Organon is thans onderdeel van Merck Sharp & Dohme (MSD).
Eén van die strafzaken was die waarin MSD in 2014 voor 100 miljoen dollar schikte met gedupeerde gebruiksters. Het bedrijf had de verhoogde risico’s op trombose bij het gebruik van het anticonceptivum ethinylestradiol/etonogestrel (Nuvaring®) achtergehouden, zo luidde de klacht. De auteur duidt de miljoenenschikking als ’een vrij laag bedrag’ dat illustratief zou zijn voor ’de weinig sterke case tegen het bedrijf.’
Maar de auteur laat veel van de belastende informatie tegen Organon en hemzelf buiten beeld. Dit boek was een uitgelezen kans om bijvoorbeeld eens dieper in te gaan op het feit dat hij in deze zaak is verhoord door de Amerikaanse aanklager, maar in plaats van transparantie te betrachten over de verklaring die hij aflegde, blijft dit feit onbesproken.
Tijdens de registratie van ethinylestradiol/etonogestrel was Organon er alles aan gelegen om van de onrust die bij de Amerikaanse registratieautoriteit Food and Drug Administration (FDA) was ontstaan zo weinig mogelijk in de Amerikaanse patiëntenbijsluiter terecht te laten komen.5 6 Maar de auteur noemt de vrijgegeven e-mails van hemzelf en van Nederlandse collega’s ’uit hun verband gerukt’, want ’als je maar lang genoeg zoekt [op de servers van MSD], vind je altijd wel een ogenschijnlijk dubieuze notitie.’
De auteur schrijft dat een bedrijf dat een nieuwe anticonceptiepil op de markt wil brengen met een lager risico op trombose dan de gebruikelijke middelen, dat zal moeten bewijzen voor de registratie. Anders zal het nooit die claim mogen maken, in verband met off-labelpromotierechtszaken.
Dat strookt niet met wat de auteur destijds als werknemer van Organon op de landelijke radio concludeerde.7 In 2003 werd hij op de radio al gewezen op het feit dat ethinylestradiol/etonogestrel helemaal niet minder bijwerkingen had, terwijl dat wel werd gesuggereerd. Hij ontkende dat niet, maar wees op de geringere hoeveelheid hormoon die het product nodig had om even werkzaam te zijn als bestaande middelen. Of dat tot minder bijwerkingen zou leiden, werd hem door de interviewer gevraagd. ’Nee, dat moesten toen nog lopende onderzoeken uitwijzen, maar de signalen waren niettemin goed,’ aldus Out.
Ethinylestradiol/etonogestrel was ten tijde van het interview al twee jaar op de markt zonder de toen nog afgeronde ’lopende’ onderzoeken. Opmerkelijk is nu dat hij in zijn boek in 2016 een lans breekt voor maximaal onderzoeksbewijs van een middel ruim voor de definitieve registratie ervan, als het gaat over mogelijk minder tromboserisico’s.
Het is een tekenend voorbeeld van hoe selectief de auteur zijn betoog heeft opgebouwd. Hij zegt uit te zijn op nuance, maar eenzijdigheid is wat hij de lezer voorschotelt, waar doorheen continu miskenning is te proeven. Het boek gaat dan ook niet over de verdiensten van de farmaceutische industrie, maar meer over critici van deze bedrijfstak.

Dit artikel is geschreven door Lucien Hordijk, onderzoeksjournalist en correspondent Medicijnen bij De Correspondent. Het is een ingekorte versie van een uitgebreider artikel dat op www.de correspondent.nl is te lezen.

Literatuurreferenties

  1. Out HJ. Leve het geneesmiddel! Over de verdiensten van de farmaceutische industrie. Amsterdam: Prometheus, 2016.
  2. Doshi P. EMA policy on transparency is “strikingly” similar to deal struck with drug company, say experts. The British Medical Journal, 2014;348:g3852
  3. Torjesen I. European drug agency backtracks on plan to give researchers access to clinical trial reports. The British Medical Journal, 2014;348:g3432
  4. Dyer C. Drug company drops case after EMA agrees to redactions in some documents to be published. The British Medical Journal, 2014;348:g2632
  5. Parisian S. Expert Report in RE Nuvaring® Products Liability Litigation. US District Court Eastern District of Missouri.
  6. Tischkau, SA. Expert Report in RE Nuvaring® Products Liability Litigation. US District Court Eastern District of Missouri.
  7. Het fragment is rond minuut 4 te luisteren op:
    http://www.vpro.nl/speel~POMS_VPRO_204124~noorderlicht-radio~.html