Olodaterol

PublicatieNr. 9 - 8 oktober 2015
Jaargang49
RubriekNieuwe geneesmiddelen
Pagina's102-103

minwaardering_200Striverdi® Respimat® (Boehringer Ingelheim)
inhalatievloeistof 2,5 µg
onderhoudsbehandeling COPD

Olodaterol (Striverdi®) is geregistreerd voor ’bronchusverwijdende onderhoudsbehandeling voor patiënten met chronische obstructieve longziekte (COPD)’.1

Werkingsmechanisme. Olodaterol is na formoterol (merkloos, Atimos®, Foradil®, Oxis®), indacaterol (Onbrez®) en salmeterol (Serevent®) het vierde langwerkende β2-sympathicomimeticum, ook wel ’long-acting beta-2-agonist’ (LABA) genoemd, dat in monotherapie beschikbaar komt voor de behandeling van COPD. Olodaterol heeft een bronchusverwijdende werking door aangrijping op de β2-receptoren in de luchtwegen.2 3 Er is tot op heden voor het middel geen ’Defined Daily Dose’ (DDD) vastgesteld. De standaarddosering is 5 µg één maal per dag en deze bestaat uit twee inhalaties van elk 2,5 µg die worden toegediend met de inhalator Respimat®.1

Klinisch onderzoek. De werkzaamheid en de bijwerkingen van olodaterol (5 en 10 µg) zijn onderzocht in twee paren van twee in opzet gelijksoortige gerandomiseerde dubbelblinde fase III-onderzoeken.4 5 Patiënten kwamen in aanmerking voor deelname aan deze onderzoeken als zij ouder waren dan 40 jaar, (ex-)roker waren en matig tot ernstige COPD (Global Initiative for Chronic Obstructive Lung Disease (GOLD)-stadium II-IV) hadden. De patiënten continueerden het gebruik van geneesmiddelen voor de behandeling van COPD, zoals anticholinergica en het kortwerkende β2-sympathicomimeticum salbutamol (merkloos, Airomir®, Salamol®, Ventolin®), maar staakten voor de aanvang van het onderzoek het gebruik van langwerkende β2-sympathicomimetica. Patiënten met astma of cardiovasculaire aandoeningen, bijvoorbeeld patiënten die zeer recent (<1 jr.) een myocardinfarct hadden doorgemaakt, werden van deelname aan het onderzoek uitgesloten. Hier worden alleen de resultaten besproken van de patiëntengroepen die met de standaarddosering olodaterol 1 dd 5 µg werden behandeld.

In de eerste twee onderzoeken werden respectievelijk 624 en 642 patiënten (gem. 63,8 en 65,8 jr.) gerandomiseerd naar een behandeling met olodaterol of placebo.4 Primair werden de veranderingen in het geforceerde expiratoire volume in één seconde (FEV1) onderzocht. In beide onderzoeken was olodaterol 5 µg statistisch significant werkzamer dan placebo. Na 12 weken was de toename van de FEV1-waarde respectievelijk 171 en 151 ml ten opzichte van placebo.4

In de andere twee onderzoeken werd de werkzaamheid na 24 weken primair onderzocht aan de hand van veranderingen in de FEV1-waarde en de FEV1-dalwaarde.5 De ’Transition Dyspnea Index’ (TDI), een vragenlijst naar dyspneuklachten gerelateerd aan algemene dagelijkse levensverrichtingen, was ook een primair eindpunt. 904 en 934 patiënten (gem. 62,6 en 65 jr.) werden ingesloten in de twee onderzoeken en gerandomiseerd naar een behandeling met olodaterol, formoterol (2 dd 12 µg als poederinhalator) of placebo. Na 24 weken bleek dat olodaterol statistisch significant werkzamer was dan placebo: de toename van de FEV1-waarde was 151 en 129 ml vergeleken met placebo. Formoterol was eveneens werkzamer dan placebo (toename FEV1-waarde resp. 177 en 150 ml vs. placebo). Er was geen statistisch significant verschil in FEV1-waarden tussen olodaterol en formoterol. Olodaterol en formoterol gaven geen significante symptoomverbetering in vergelijking met placebo gemeten met de TDI.5

Bijwerkingen. In de hierboven beschreven gerandomiseerde onderzoeken werden ook de bijwerkingen onderzocht en werden voornamelijk bovenste luchtweginfecties, nasofaryngitis, bronchitis, urineweginfecties en hoofdpijn gemeld.4 5 In vergelijking met formoterol verschilde de incidentie van bijwerkingen niet.5 In de productinformatie wordt aanvullend gemeld dat soms (≥1/1.000 tot <1/100) huiduitslag en zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000) hypertensie en artralgie voorkomen.1

Contra-indicaties en interacties. In de productinformatie worden geen contra-indicaties vermeld voor het gebruik van olodaterol.1 Olodaterol is niet geïndiceerd voor de behandeling van astma en dient niet te worden gebruikt als aanvals- of noodmedicatie. Het kan voorts paradoxale bronchospasmen veroorzaken. Bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, voornamelijk ischemische hartziekten, moet voorzichtigheid worden betracht, omdat β2-sympathicomimetica bij lokale toediening cardiovasculaire effecten kunnen hebben, zoals een verhoging van de hartslag of de bloeddruk. Hypokaliëmie of hyperglykemie kan bij sommige patiënten voorkomen.

In combinatie met adrenerg werkende geneesmiddelen kunnen de bijwerkingen van olodaterol worden versterkt. Gelijktijdig gebruik van (niet-selectieve) β-blokkers kan de werkzaamheid van olodaterol verminderen.1

Gebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding. Gegevens over het gebruik van olodaterol tijdens de zwangerschap en borstvoeding ontbreken en dit wordt daarom ontraden.1

Plaatsbepaling

Olodaterol is het vierde langwerkende β2-sympathicomimeticum dat in monotherapie op de markt is gebracht voor de behandeling van COPD. Met olodaterol werd in vier gerandomiseerde dubbelblinde onderzoeken een statistisch significante toename van het geforceerde expiratoire volume in één seconde (FEV1) bereikt (129-171 ml) ten opzichte van placebo. Over de vraag of dit verschil klinisch relevant is, bestaan geen harde wetenschappelijke gegevens, maar slechts subjectieve oordelen. Deskundigen in binnen- en buitenland zijn overeengekomen dat een toename van de FEV1 van 100 tot 140 ml als klinisch relevant kan worden beschouwd.6 7 Hier wordt echter evenals in Gebu 2008; 42: 111-119 een toename van 200 ml als klinisch relevant beschouwd.8 In vergelijking met formoterol, een ander langwerkend β2-sympathicomimeticum, werd geen statistisch significant verschil gevonden op diezelfde surrogaatparameter. Relevanter is de vraag of olodaterol de prognose verbetert en de exacerbatiefrequentie vermindert, maar daar waren de onderzoeken niet voor ontworpen. Ook wat betreft de bijwerkingen is olodaterol geen verbetering in vergelijking met formoterol. De vier onderzoeken hadden een looptijd van 12 tot 24 weken. De langetermijnwerkzaamheid en -bijwerkingen zijn derhalve niet bekend.

Verderop in deze editie van het Geneesmiddelenbulletin wordt aangegeven dat we maar enkele geneesmiddelen uit eenzelfde groep nodig hebben, omdat de werkzaamheid van deze middelen nauwelijks is onderbouwd en niet uiteenloopt (Gebu 2015; 49: 107). Olodaterol is een me too ofwel een middel dat niets toevoegt aan het farmacotherapeutisch arsenaal en het gebruik dient daarom te worden afgeraden. Dat stemt overeen met de mening van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) dat in de standaard ’COPD’ uit 2015 geen plaats heeft gereserveerd voor olodaterol.6

Stofnaam merknaam® DDD* kosten per 30 dg. (€)
formoterol merkloos** 24 µg 13,25-21,70
Atimos*** 22,19
Foradil 21,70**-22,41***
Oxis** 21,70
indacaterol Onbrez Breezhaler** 150 µg 31,74
olodaterol Striverdi Respimat 5 µg**** 29,75
salmeterol Serevent 100 µg 27,28**-27,35***

* ’Defined Daily Dose’ (DDD). ** Inhalatiepoeder. *** Aërosol. **** Geregistreerde dagdosering.

Literatuurreferenties

  1. Productinformatie olodaterol (Striverdi®), via: www.ema-europa.eu, human medicines, EPAR’s.
  2. GVS-rapport olodaterol (Striverdi® Respimat®), rapport stofnaam (merknaam), via: www.zorginstituutnederland.nl, publicaties, geneesmiddelbeoordelingen.
  3. Informatorium Medicamentorum. Den Haag: KNMP, 2015.
  4. Ferguson GT, et al. Efficacy and safety of olodaterol once daily delivered via Respimat® in patients with GOLD 2-4 COPD: results from two replicate 48-week studies. Int J Chron Obstruct Pulmon Dis 2014; 9: 629-645.
  5. Koch A, et al. Lung function efficacy and symptomatic benefit of olodaterol once daily delivered via Respimat® versus placebo and formoterol twice daily in patients with GOLD 2-4 COPD: results from two replicate 48-week studies. Int J Chron Obstruct Pulmon Dis 2014; 9: 697-714.
  6. NHG-Standaard ’COPD’ (derde herziening). Huisarts Wet 2015; 58: 198-211.
  7. Cazzola M, et al. Outcomes for COPD pharmacological trials: from lung function to biomarkers. Eur Respir J 2008; 31: 416-469.
  8. Pellegrino R, et al. Interpretative strategies for lung function tests. Eur Respir J 2005; 26: 948-968.