Oxybutynine (Kentera®), nieuwe toedieningsvorm

PublicatieNr. 3 - 1 maart 2006
Jaargang40
RubriekVariaties
Auteurmw drs M.L.H.A. van Oppenraay, drs D. Bijl
Pagina's35-36

Alle prikbordartikelen worden gepubliceerd onder medeverantwoordelijkheid van de redactiecommissie.

In deze rubriek worden geneesmiddelen besproken, kort nadat ze in de handel zijn gebracht. De plaatsbepaling kan meestal slechts voorlopig zijn omdat nog relatief weinig bekend is over de veiligheid en effectiviteit. Wanneer nieuwe gegevens daartoe aanleiding geven, komen wij op de eerste bespreking terug.
De pictogrammen betekenen: ++: een belangrijke uitbreiding van het farmacotherapeutisch arsenaal,
+: een nuttig product, +-: een product met twijfelachtig nut, of een product waarvan de waarde nog niet goed kan worden beoordeeld, -: een product zonder toegevoegde waarde, –: een product met extra risico's dat niets toevoegt aan de behandelingsmogelijkheden.
De prijzen zijn berekend aan de hand van de G-standaard van de Z-Index van februari 2006, vergoedingsprijzen excl. BTW, tenzij anders wordt vermeld.

Oxybutynine –
Kentera® (UCB Pharma)
Pleister voor transdermaal gebruik
nieuwe toedieningsvorm

Oxybutynine is geregistreerd voor de 'symptomatische behandeling van urge-incontinentie en/of veelvuldig plassen en veelvuldige aandrang tot plassen bij patiënten met een onstabiele blaas'.1 Het betreft een nieuwe toedieningsvorm in de vorm van een pleister voor transdermaal gebruik.

Werkingsmechanisme. Oxybutynine is een competitieve antagonist van acetylcholine op postganglionaire muscarinereceptoren. Blokkade van deze receptoren in de blaas leidt tot ontspanning van glad spierweefsel.

Klinisch onderzoek. Er zijn twee vergelijkende onderzoeken gepubliceerd.2 3 In het ene onderzoek werden bij 76 patiënten met overwegend symptomen van urge-incontinentie oxybutyninepleisters tweemaal per week vergeleken met oxybutyninetabletten 2-3 dd 2,5 mg.2 Het gemiddelde aantal incontinentie-episoden nam bij beide toedieningswijzen significant af ten opzichte van de uitgangswaarde (van 7 naar 2 vs. 7 naar 3-4), maar het verschil ten opzichte van elkaar was niet significant. In het andere onderzoek werden bij 361 patiënten met eveneens overwegend symptomen van urge-incontinentie oxybutyninepleisters tweemaal per week vergeleken met tolterodinetabletten met gereguleerde afgifte (mga) 1 dd 4 mg en beide met placebo.3 Het gemiddelde aantal incontinentie-episoden nam bij beide toedieningswijzen significant af ten opzichte van de uitgangswaarde (resp. van 5 naar 2 vs. 5 naar 2 en van 5 naar 3 met placebo) en ten opzichte van placebo, maar het verschil van beide werkzame middelen ten opzichte van elkaar was niet significant.

Bijwerkingen. Oxybutyninepleister gaf in het ene (kleine) onderzoek significant minder anticholinerge bijwerkingen (droge mond) dan oraal oxybutynine.2 In het andere, wat grotere, onderzoek waren er geen significante verschillen tussen de pleister en placebo (4,1 vs. 1,7%), maar wel tussen tolterodine en placebo (7,3 vs. 1,7%).3 Verschillen tussen de pleister en tolterodine waren niet significant. Lokale huidreacties kunnen bij de pleister echter problemen geven en leidden bij 12 patiënten (ca. 10%) tot staken van de behandeling.3 

Contra-indicaties en interacties. Het gebruik van oxybutyninepleister is gecontraïndiceerd bij patiënten met urineretentie, ernstige maag-darmaandoeningen, myasthenia gravis of nauwe-kamerhoekglaucoom en bij patiënten met een verhoogd risico voor deze aandoeningen. Relatieve contra-indicaties zijn cognitieve stoornissen, ziekte van Parkinson en een warme omgeving. Comedicatie met krachtige CYP3A4-remmers versterkt de anticholinerge bijwerkingen en geeft slaperigheid. Voorzichtigheid is geboden bij ouderen vanwege mogelijke afwijkende farmacokinetiek van oxybutynine en de grotere gevoeligheid van ouderen voor centrale anticholinerge bijwerkingen.

Plaatsbepaling

Als blaastraining fysiek en cognitief niet mogelijk of onvoldoende effectief is, komen darifenacine, flavoxaat, oxybutynine, solifenacine en tolterodine in aanmerking voor de behandeling van urge en urge-incontinentie.4 De gemiddelde verbeteringen van deze middelen ten opzichte van placebo zijn gering. Alle middelen geven anticholinerge bijwerkingen, met name oxybutyninetabletten. Oxybutyninepleister gaf in één klein onderzoek minder anticholinerge bijwerkingen dan de tablet, maar dat onderzoek was niet opgezet om verschillen in bijwerkingen aan te tonen. In een groter vergelijkend onderzoek werden geen verschillen gevonden tussen de pleister en tolterodine. Oxybutyninepleister kan lokale huidreacties geven. Bovendien is met de pleister maar één dosering mogelijk. De voorkeur voor de medicamenteuze behandeling van urge-incontinentie blijft uitgaan naar tolterodine vanwege het lichtere bijwerkingenprofiel.

  

stofnaam merknaam® dosis kosten
darifenacine Emselex 15 mg  49,79
flavoxaat Urispas 800 mg  14,29
oxybutynine

Dridase
merkloos
Kentera

15 mg

*

11,90
11,13
40,47
solifenacine
tolterodine
Vesicare
Detrusol

5 mg
4 mg
1 maal 4 mg SR

38,70
39,42
45,16

* berekend op basis van 2 pleisters per week

 


Literatuurreferenties

1. IB-tekst oxybutynine (Kentera®) via: www.cbg-meb.nl, Geneesmiddeleninformatiebank.
2. Davilla GW, et al. A short-term, multicenter, randomized double-blind dose titration study of the efficacy and anticholinergic side effects of transdermal compared to immediate release oral oxybutynine treatment of patients with urge urinary incontinence. J Urol 2001; 166: 140-145.
3. Dmochowski RR, et al. Comparative efficacy and safety of transdermal oxybutynine and oral tolterodine versus placebo in previously treated patients with urge and mixed urinary incontinence. Urology 2003; 62: 237-242.
4. CFH-rapport oxybutynine (Kentera®) via: www.cvz.nl, CFH-rapporten.