Statinen en diplopie

PublicatieNr. 11 - 24 november 2016
Jaargang50
RubriekLet op!
AuteurLareb
Pagina's128
Van het Bijwerkingencentrum Lareb kregen wij deze maand de volgende informatie over bijwerkingen.

Statinen worden toegepast voor de behandeling van hypercholesterolemie of gemengde dyslipidemie ter preventie van cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit.1 Bijwerkingencentrum Lareb ontving tot maart 2016 zeventien meldingen van diplopie bij het gebruik van diverse statinen. Diplopie of dubbelzien, kan monoculair of binoculair zijn. Monoculaire diplopie, een dubbelbeeld in één oog, kan voorkomen bij bijvoorbeeld cataract en astigmatisme. Binoculaire diplopie (dubbele beelden met twee ogen kijkend) ontstaat als de samenwerking van de oogspieren van beide ogen niet goed is. Dit kan onder meer ontstaan bij verlamming van hersenzenuwen, schildklierziekten, myasthenia gravis of bij ruimte-innemende  processen in de orbita.2

Casuïstiek. Zeven vrouwen, negen mannen en nog één persoon (geslacht niet gerapporteerd) ondervonden klachten van binoculair dubbelzien. De leeftijden liepen uiteen van 45 tot 79 jaar, de meesten waren ouder dan 60 jaar. De betrokken statinen waren atorvastatine (merkloos, Lipitor®), pravastatine (merkloos, Selektine®), rosuvastatine (merkloos, Crestor®) en simvastatine (merkloos, Zocor®). De patiënten gebruikten de statinen voornamelijk voor hypercholesterolemie (negen pat.) en verder nog voor hyperlipidemie, secundaire preventie van CVA, en voor diabetes mellitus ter preventie van cardiovasculaire aandoeningen. Bij de meeste patiënten ontstonden klachten van binoculair dubbelzien binnen een week tot enkele maanden nadat met het gebruik van de statine was begonnen. Enkele patiënten hadden daarbij ook andere klachten, waaronder hoofdpijn, wazig zien of spierpijn. Bij tien patiënten is het gebruik van de statine gestaakt en vond herstel plaats. Bij één patiënte werd het gebruik van rosuvastatine gestaakt en vervangen door simvastatine, maar  het beloop hierna is niet meer bekend en ook van een andere patiënt is geen informatie beschikbaar na het staken van het gebruik van simvastatine. Bij drie patiënten is de medicatie niet aangepast en waren de klachten nog aanwezig op het moment van rapporteren. Van twee patiënten is helemaal geen verdere informatie bekend over het al dan niet continueren van het gebruik van de statine of het beloop. Zes patiënten, die geen diplopie hadden voordat ze met een statine waren begonnen, gebruikten antihypertensiva (metoprolol (merkloos, Selokeen®), hydrochloorthiazide, (merkloos), candesartan (merkloos, Atacand®), diltiazem (merkloos, Tildiem®) waarbij diplopie als bijwerking is beschreven.3 Echter, drie hiervan herstelden na het staken of na dosisverlaging van de statine. Van de overige drie is het beloop niet bekend na het al dan niet continueren of staken van de statine.
Het is bekend dat dubbelzien vaker kan ontstaan bij ouderen met risicofactoren voor cerebrovasculaire aandoeningen, zoals hypertensie, atherosclerose en diabetes mellitus.2 Bij acht van de elf ouderen boven de 65 jaar ontstonden de klachten van dubbelzien echter pas nadat met de statine was begonnen en verdwenen na het staken hiervan.

Literatuur. In een overzichtsartikel worden 256 patiënten beschreven met diplopie en/of ptosis (afhangend ooglid), alsook verlamming van de externe oogspieren bij het gebruik van statinen.4 108 hiervan gebruikten geen andere medicatie. 62 patiënten herstelden na het staken van de statine en bij 14 kwamen de klachten weer terug bij hernieuwd gebruik. Voorts zijn nog twee patiënten beschreven waarbij beide klachten, van zowel diplopie en ptosis (afhangend ooglid), ontstonden enkele maanden nadat met het gebruik van atorvastatine was begonnen.5 6 Binnen zes tot tien weken na het staken hiervan ondervonden zij geen klachten meer. Eén van hen kreeg vanwege hardnekkige hoge lipidenconcentratie in het bloed vervolgens ook fluvastatine (merkloos, Lescol®) en later simvastatine, waarop de oogklachten, maar ook proximale spierzwakte, telkens binnen twee tot drie maanden terugkeerden. Uiteindelijk verdwenen deze binnen enkele weken na het staken.
Wereldwijd zijn er bij het Uppsala Monitoring Center van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 438 meldingen van diplopie gerapporteerd bij het gebruik van statinen. Van maar een deel hiervan is het beloop bekend. Bij 107 van deze patiënten trad herstel op na het staken van het gebruik van de statinen. Van 12 patiënten is bekend dat de klachten van diplopie weer terugkwamen na het hervatten van de statine.
Recent toonde een onderzoek van meldingen bij de Amerikaanse registratieautoriteit Food and Drug Administration (FDA) en het Australische ’Adverse Drug Reactions Advisory Committee’ (ADRAC) een hoger risico op diverse oogklachten bij het gebruik van atorvastatine en simvastatine in vergelijking met andere statinen. Deze ontstonden gemiddeld na vijf maanden en waren dosisafhankelijk. Bovendien bleken de oogklachten geassocieerd  met spierklachten.7

Mechanisme. Cholesterolsyntheseremmers beïnvloeden het mitochondriale energiemetabolisme hetgeen kan resulteren in myopathie.8

Conclusie. Diplopie vereist altijd aanvullende diagnostiek naar belangwekkende onderliggende pathologie, waarbij ook rekening dient te worden gehouden met geneesmiddelenbijwerkingen. Binoculaire diplopie kan ontstaan bij het gebruik van statinen. Binoculaire diplopie, maar ook ptosis kunnen berusten op een verzwakking van de externe oogspieren door statinegebruik. Het staken van het gebruik van de statine kan tot een duidelijke verbetering van oogklachten leiden. Ten slotte kan als een patiënt aangeeft last te hebben van dubbelzien, de arts of apotheker rekening houden met een bijwerking van een statine, ofschoon deze niet vaak voorkomt bij dit soort geneesmiddelen.
Uit de bovenstaande, deels incomplete, verhalen kan worden opgemaakt hoezeer vervolginformatie over bijwerkingen van belang is. Hoe completer de informatie, hoe groter de waarde van een melding.

U wordt verzocht bijwerkingen te melden aan het Bijwerkingencentrum Lareb.
Meldingsformulieren zijn te vinden op www.lareb.nl

Literatuurreferenties

  1. Zorginstituut Nederland. Farmacotherapeutisch Kompas. http://www.farmacotherapeutischkompas.nl/.
  2. Merck Manual. http://www.merckmanuals.com/professional/eye-disorders/symptoms-of-ophthalmologic-disorders/diplopia.
  3. Polak BCP. Bijwerkingen van geneesmiddelen in de oogheelkunde. In: Stilma JS, Voorn TB (red.). Praktische Oogheelkunde. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 1996: 317-332.
  4. Fraunfelder FW, et al. Diplopia, blepharoptosis, and ophthalmoplegia and 3-hydroxy-3-methyl-glutaryl-CoA reductase inhibitor use. Ophthalmology 2008; 115: 2282-5.
  5. Negevesky GJ, et al. Reversible atorvastatin-associated external ophthalmoplegia, anti-acetylcholine receptor antibodies, and ataxia. Arch Ophthalmol 2000; 118: 427-8.
  6. Parmar B, et al. Statins, fibrates, and ocular myasthenia. Lancet 2002; 360: 717.
  7. Mizranita V, et al. Statin-associated ocular disorders: the FDA and ADRAC data. Int J Clin Pharm 2015: 844-50.
  8. Schirres T, et al. Statin-induced myopathy is associated with mitochondrial complex III inhibition. Cell Metab 2015; 22: 399-407.