Strontiumranelaat (Protelos®), behandeling postmenopauzale osteoporose

PublicatieNr. 7 - 1 juli 2006
Jaargang40
RubriekNieuwe geneesmiddelen
Auteurdr D. Bijl, drs M.M.S. Bekkering
Pagina's80-81

Alle prikbordartikelen worden gepubliceerd onder medeverantwoordelijkheid van de redactiecommissie.

In deze rubriek worden geneesmiddelen besproken, kort nadat ze in de handel zijn gebracht. De plaatsbepaling kan meestal slechts voorlopig zijn omdat nog relatief weinig bekend is over de veiligheid en effectiviteit. Wanneer nieuwe gegevens daartoe aanleiding geven, komen wij op de eerste bespreking terug.
De pictogrammen betekenen: ++: een belangrijke uitbreiding van het farmacotherapeutisch arsenaal,
+: een nuttig product, +-: een product met twijfelachtig nut, of een product waarvan de waarde nog niet goed kan worden beoordeeld, -: een product zonder toegevoegde waarde, –: een product met extra risico's dat niets toevoegt aan de behandelingsmogelijkheden.
De prijzen zijn berekend aan de hand van de G-standaard van de Z-Index van juni 2006, vergoedingsprijzen excl. BTW, tenzij anders wordt vermeld.

Strontiumranelaat
Protelos® (Servier Farma Nederland BV) 
Granulaat 2 g voor orale suspensie in sachet
behandeling postmenopauzale osteoporose

Strontiumranelaat is geregistreerd voor de 'behandeling van postmenopauzale osteoporose ter vermindering van het risico van wervel- en heupfracturen'.1 In de jaren vijftig werd dit middel ook gebruikt voor de behandeling van osteoporose, maar is toen van de markt gehaald omdat het botmineralisatiestoornissen gaf. Dit werd toegeschreven aan de toen gebruikte hoge doseringen.

Werkingsmechanisme.
Strontiumranelaat stimuleert de botaanmaak en het remt gelijktijdig de botafbraak zonder nadelig effect op de mineralisatie en de botstructuur.

Klinisch onderzoek.
Hier wordt alleen het gerandomiseerde dubbelblinde onderzoek van strontiumranelaat op harde klinische uitkomstmaten besproken. Daarvan zijn er twee gepubliceerd.2 3 De primaire vervolgduur van deze onderzoeken bedroeg drie jaar en de totale duur was vijf jaar. Alle patiënten kregen calcium (max. 1000 mg/dag) en vitamine D (400-800 IU/dag). In het ene onderzoek, een secundair preventie-onderzoek en tevens een fase 3-onderzoek, werden 1.649 vrouwen ouder dan 50 jaar met een hoog risico van osteoporotische fracturen gerandomiseerd naar een behandeling met strontiumranelaat 2 g/dag of placebo.2 Bij de vrouwen was sprake van osteoporose en ten minste één wervelfractuur. Het primaire eindpunt was de afname van het aantal nieuwe radiologisch vastgestelde wervelbreuken en het secundaire eindpunt was de afname van het aantal nieuwe niet-wervelbreuken. De resultaten van de 'intention-to-treat'-analyse toonden na drie jaar dat bij 20,9% van de patiënten die strontiumranelaat gebruikten radiologisch vastgestelde wervelbreuken waren opgetreden tegenover 32,8% van de patiënten die placebo gebruikten, hetgeen significant verschilde ('Number Needed to Treat' (NNT) 9). Klinische wervelbreuken (met klachten) traden op bij respectievelijk 11,3 en 17,4% van de patiënten, eveneens een significant verschil (NNT 17). Het optreden van rugpijn verschilde overigens niet tussen beide groepen, evenals het aantal nieuwe niet-wervelfracturen.
In het andere onderzoek werden 5.091 vrouwen van 74 jaar en ouder met een bewezen osteoporose van het femur en een levensverwachting >4 jaar gerandomiseerd naar een behandeling met strontiumranelaat of placebo.3 Het primaire eindpunt was het percentage klinische perifere fracturen. De resultaten van de intention-to-treat-analyse toonden dat bij gebruik van strontiumranelaat het risico van niet-wervelfracturen significant was afgenomen in vergelijking met placebo, evenals dat van alle fragiliteitsfracturen. Voorts bleek bij vrouwen met het hoogste risico dat bij 4,3% van de patiënten die strontiumranelaat gebruikten breuken (enkel, pols, ribben, heup) waren opgetreden tegenover 6,4% van de patiënten die placebo gebruikten, hetgeen significant verschilde (NNT 48). Er was geen significant verschil in het percentage heupfracturen tussen beide behandelde groepen. Het percentage radiologisch vastgestelde wervelbreuken bedroeg respectievelijk 22,7 en 31,5%, een significant verschil (NNT 12).3 

Bijwerkingen.
De meest voorkomende bijwerkingen van strontiumranelaat zijn misselijkheid en diarree. Ook hoofdpijn komt vaak voor. Voorts zijn er ernstige bijwerkingen, maar deze komen relatief weinig frequent voor: veneuze trombo-embolie (0,7%), en functiestoornissen van het centrale zenuwstelsel, zoals bewustzijnsstoornissen (2,5%), geheugenverlies (2,4%) en epileptische aanvallen (0,3%). Verstoringen van de botmineralisatie en toxiciteit door ophoping van strontiumranelaat in het bot, zijn tot nu toe niet waargenomen.

Contra-indicaties en interacties.
De enige contra-indicatie voor strontiumranelaat is overgevoeligheid ertegen. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met een verhoogd risico van en voorgeschiedenis van veneuze tromboembolie. Het middel mag niet worden gebruikt door patiënten met een slechte nierfunctie (creatinineklaring <30 ml/min). Strontiumranelaat dient bij voorkeur niet te worden ingenomen tezamen met een antacidum. Hetzelfde geldt voor geneesmiddelen, zoals tetracyclinen en chinolonen, die met tweewaardige ionen, zoals calcium en strontium, complexen kunnen vormen. Het is niet bekend wat het effect is van strontiumranelaat op eerder met een bisfosfonaat behandeld botweefsel. Strontiumranelaat dient alleen te worden gebruikt door vrouwen die niet eerder met een bisfosfonaat zijn behandeld.

Plaatsbepaling

Medicamenteuze preventie van osteoporotische fracturen dient alleen te worden overwogen bij (ernstige) osteoporose en een belangrijk verhoogd fractuurrisico (zie ook Gebu 2006; 40: 50-51).4 Van strontiumranelaat is aangetoond dat het in vergelijking met placebo het risico van wervelfracturen significant vermindert. Hetzelfde geldt voor heupfracturen. Er is geen direct vergelijkend onderzoek gepubliceerd waarin strontiumranelaat, raloxifeen en bisfosfonaten met elkaar zijn vergeleken naar het voorkomen van osteoporotische wervel- en heupfracturen in de postmenopauze. Evenmin is er onderzoek gedaan naar het effect van strontiumranelaat op eerder met een bisfosfonaat behandeld botweefsel, waardoor het niet kan worden gebruikt door patiënten die eerder met een bisfosfonaat zijn behandeld. Een plaatsbepaling van strontiumranelaat is derhalve (nog) niet te geven. Er is onduidelijkheid over het optreden van zeldzame bijwerkingen op de lange termijn.

 

stofnaam merknaam® dosis kosten/maand
strontiumranelaat Protelos 2 g/dag 38,48
alendroninezuur merkloos
Fosamax
70 mg/week
70 mg/week
19,99
30,08
raloxifeen Evista 60 mg/dag 31,74
risedroninezuur Actonel 5 mg/dag 31,77

Literatuurreferenties

1. IB-tekst strontiumranelaat (Prostelos®) via: www.cbg-meb.nl, Geneesmiddeleninformatiebank. 
2. Meunier PJ, et al. The effects of strontium ranelate on the risk of vertebral fracture in women with postmenopausal osteoporosis. N Engl J Med 2004; 350: 459-468. 
3. Reginster JY, et al. Strontium ranelate reduces the risk of nonvertebral fractures in post-menopausal women with osteoporosis. J Clin Endocrinol Metab 2005; 90: 2816-2822. 
4. CFH-rapport strontiumranelaat (Protelos®) via: www.cvz.nl, CFH-rapporten.