Tien mythen over de farmaceutische industrie: Mythe 10

PublicatieNr. 2 - 10 maart 2016
Jaargang50
RubriekPromotionele activiteiten
Pagina's24-25

In Gebu 2014; 48: 142-143 is aandacht besteed aan het boek ’Deadly medicines and organised crime’ van de Deense internist en hoogleraar Peter Gøtzsche.1 In één van de laatste hoofdstukken bespreekt de auteur de mythen die de industrie zo vaak herhaalt dat veel artsen, apothekers, politici en het algemene publiek ze zijn gaan geloven. Deze mythen vormen, volgens de auteur, een belemmering om tot een rationeel gezondheidszorgsysteem te komen. De naar het oordeel van de auteur belangrijkste tien mythen worden in het bulletin nader besproken. Thans komt nummer 10 aan bod.

10. De farmaceutische industrie betaalt de nascholing van medici omdat de overheid dit nalaat.

frits_mythe10Als deze mythe waar is, zo geeft Gøtzsche aan, dan zou de branche zich enorm vrijgevig tonen, omdat nascholing duur is en er veel artsen bij zijn betrokken. Brancheorganisaties ontkennen deze mythe niet, maar geven toe dat dit de manier is waarop de bedrijfstak zaken doet. Drie van de grootste Amerikaanse reclamebureaus die farmaceutische bedrijven als klant hebben, investeren in organisaties voor contractonderzoek en stellen in opdracht van de farmaceutische industrie ’nascholingspakketten’ samen.2

De voormalige hoofdredacteur van The New England Journal of Medicine, Marcia Angell, heeft aangegeven dat bedrijven de fictie in stand houden dat zij op de één of andere manier niet alleen geneesmiddelen verkopen, maar ook medische scholing.3 Hun investeerders verwachten van hen zo hoog mogelijke winsten door geneesmiddelenverkoop. Maar daarnaast zijn ze erin geslaagd een heleboel mensen te laten geloven dat farmaceutische bedrijven hen kunnen bijscholen. Zo lang het gaat over de voordelen van geneesmiddelen, kunnen farmaceutische bedrijven artsen misschien ’bijscholen’, maar men hoeft niet te verwachten dat ze objectieve informatie over hun middel geven als dat bijvoorbeeld minder goed is dan het middel van een ander bedrijf.

Mythe 10 zou moeten worden geformuleerd als:

10. De farmaceutische industrie betaalt de nascholing van medici omdat dat de verkoop van hun producten bevordert.

Plaatsbepaling

De huidige situatie in Nederland op het gebied van gesponsorde nascholing voor artsen is de laatste jaren veranderd. De richtlijnen zijn strikter geworden en een groeiend aantal artsen en organisaties van artsen spreken zich uit tegen gesponsorde nascholing, vooral als de sponsor duidelijke commerciële belangen heeft bij de inhoud. De accreditatie van nascholing blijft een belangrijk controlemethode, hoewel de accreditatiecommissie geen invloed kan uitoefenen op het ’op de kaart zetten’ van aandoeningen en therapieën.

Met deze bijdrage wordt de reeks van 10 mythen over de farmaceutische industrie beëindigd. Op het redactiebureau zijn veel, over het algemeen positieve, reacties binnengekomen over deze tien mythen. De auteur heeft in november 2015 in Nederland twee lezingen over zijn boek gegeven. Deze gaven aanleiding tot levendige discussies en ingezonden reacties en brieven in kranten en tijdschriften. Daarbij werden andere visies op de aangesneden problematiek gegeven, maar de feiten die Gøtzsche in zijn boek noemt werden niet weerlegd. Het boek van Gøtzsche is inmiddels in een Nederlandse vertaling4 verschenen. Op het symposium naar aanleiding van de het verschijnen van de 50ste jaargang van het Geneesmiddelenbulletin zal nader worden ingegaan op het relatie tussen wetenschap en bedrijfsleven.

Literatuurreferenties

  1. Gøtzsche PC. Deadly medicines and organised crime. London: Radcliffe, 2013.
  2. Relman AS, Angell M. America’s other drug problem: how the drug industry distorts medicine and politics. The New Republic. 16 december 2002: 27–41.
  3. The Other Drug War. Interview with Marcia Angell [podcast]. 26 november 2002. PBS. Via: www.pbs.org/wgbh/pages/frontline/shows/other/interviews/angell.html.
  4. Gøtzsche PC. Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad. Rotterdam: Lemniscaat, 2015.