Vitamine C en urinewegstenen

PublicatieNr. 9 - 3 oktober 2013
Jaargang47
RubriekConsumentenproducten
Auteurdr D. Bijl
Pagina's108-109

Achtergrond. Oxalaat in de urine is een belangrijke determinant van urinewegstenen. De meest voorkomende urinewegstenen bestaan uit calciumoxalaat (ca. 70%) en calciumfosfaat (ca. 17%).1 Vitamine C (ascorbinezuur(in diverse preparaten)) wordt zowel niet-gemetaboliseerd en als oxalaat in de urine uitgescheiden. Onderzoekers gingen de associatie tussen vitamine C-suppletie en calciumoxalaatstenen na in een groot Zweeds cohort.2
Methode. Het ’Cohort of Swedish Men’ is in 1997 gevormd en bestaat uit 48.850 mannen van 45 tot 79 jaar die een representatieve afspiegeling vormen van de Zweedse mannelijke bevolking wat betreft leeftijd, gewicht en opleidingsniveau. Bij de vorming in 1997 werden onder meer uitgebreide gegevens over de voeding en de levensstijl verzameld. Ook werd het gebruik van vitamine C-supplementen (veelal 1.000 mg per tablet) en andere voedingssupplementen geregistreerd. Voor het huidige onderzoek werden mannen die eerder urinewegstenen hadden gehad, uitgesloten, evenals mannen die andere supplementen dan vitamine C-supplementen gebruikten. Ook werden analysen gedaan met multivitaminepreparaten. In geautomatiseerde gegevensbestanden werden nieuwe gevallen van urinewegstenen geïdentificeerd.
Resultaat. Gedurende een vervolgperiode van 11 jaar (258.879 persoonsjaren) werden 436 nieuwe urinewegstenen vastgesteld: 31 in de groep die vitamine C-supplementen gebruikte (n=907) en 405 in de groep die geen voedingssupplementen gebruikte (n=22.448) (relatief risico RR 1,90 [95%BI=1,32-2,73]). Het gebruik van multivitaminepreparaten was niet geassocieerd met een verhoogd risico op urinewegstenen. Bij mannen die minder dan zeven tabletten per week gebruikten, was het risico lager (RR 1,66) dan bij mannen die meer dan zeven tabletten per week gebruikten (RR 2,23), een aanwijzing voor een dosisresponsrelatie.
Conclusie onderzoekers. Het gebruik van hoog-gedoseerde vitamine C-supplementen is geassocieerd met een dosisafhankelijke verdubbeling van het risico op urinewegstenen.

Plaatsbepaling

Dit observationele onderzoek toont dat vitamine C-suppletie is geassocieerd met een verhoogd risico op calciumoxalaatstenen in de urinewegen. Tezamen met twee andere observationele onderzoeken,3 4 vormen deze drie onderzoeken de best beschikbare wetenschappelijke onderbouwing van de associatie tussen vitamine C-suppletie (>1.000 mg/dg.) en urinewegstenen bij mannen. Dat de associatie niet werd gevonden met multivitaminepreparaten, komt vermoedelijk doordat de dosering vitamine C daarin aanzienlijk lager is. Bij vrouwen is voor de associatie geen bewijs gevonden.4
Bij urinewegstenen en vitamine C-supplementen gaat het om een bijwerking. Het beschreven onderzoek is weliswaar een observationeel onderzoek, maar het is in voldoende mate aannemelijk gemaakt dat observationele onderzoeken een valide schatting van bijwerkingen geven, mits de onderzoeksmethodologie adequaat is.5
In een begeleidend commentaar wordt de geschiedenis van vitamine C in de recente 200 jaar geïllustreerd.6 Opmerkelijk was dat de tweevoudige Nobelprijswinnaar Linus Pauling in de jaren zeventig van de vorige eeuw ervan overtuigd was dat vitamine C sterk werkzaam was tegen de gewone verkoudheid, kanker en cardiovasculaire aandoeningen. Toen dat niet kon worden bewezen, was de overtuiging dat het in elk geval niet schadelijk is. Vitamine C zou, als de associatie causaal is, verantwoordelijk zijn voor 147 nieuwe urinewegstenen per 100.000 persoonsjaren. Terecht stelt de schrijver van het commentaar de vraag of het extra risico waard is te worden genomen als hoog-gedoseerd vitamine C niet werkzaam is.

 

 


 

Literatuurreferenties

1. Blijenberg BG, et al. Niersteenanalyse. Ned Tijdschr geneeskd 1986; 130: 354-356.
2. Thomas LDK, et al. Ascorbic acid supplements and kidney stone incidence among men: a prospective study [research letter]. JAMA Intern Med 2013; 173: 386-388.
3. Taylor EN, et al. Dietary factors and the risk of incident kidney stones in men: new insights after 14 years of follow-up. J Am Soc Nephrol 2004; 15: 3225-3232.
4. Curhan GC, et al. Intake of vitamin B6 and C and the risk of kidney stones in women. J Am Soc Nephrol 1999; 10: 840-845.
5. Golder S, et al. Meta-analyses of adverse effects data derived from randomised controlled trials as compared to observational studies: methodological overview. PLoS Med 2011; 8: e1001026.
6. Fletcher RH. The risk of taking ascorbic acid [invited commentary]. JAMA Intern Med 2013; 173: 388-389.